Kill your darlings

Kill your darlings – oftewel: maak je lievelingen van kant.
Al wie met schrijven bezig is, kent het motto. Maar waar komt het vandaan? Wie zijn die darlings die je moet vermoorden en hoe herken je ze? En belangrijker nog: waarom moeten ze dood?

bijl, hakbijl

Precious darlings

De uitdrukking komt van auteur en Nobelprijswinnaar William Faulkner. Volgens hem worden wij schrijvers – ijdeltuiten als we zijn – simpelweg verliefd op onze eigen invallen. We vinden ze geniaal, terwijl ze dat al te vaak niet zijn. Integendeel: ze storen de leeservaring en zorgen dat de boodschap ondergesneeuwd raakt.
En in dat geval moeten die ‘precious darlings’ weg.
Dood.
Er zit niets anders op.

De ergernis van de driedubbele salto

Want hoe fantastisch jij die plotse invallen ook vindt, als ze je lezers alleen maar overdonderen kan je er verder niets mee. Zo’n overbodige ‘darling’ is als een tandarts die een driedubbele salto maakt voor hij je wijsheidstand eruit trekt. Erg indrukwekkend hoor. Maar behoorlijk irritant als je met kiespijn op de behandelstoel zit. En gevaarlijk, met die boor en tang in zijn handen.
Met schrijven is het net zo.
Niemand heeft een boodschap aan je schitterende spitsvondigheden, als ze niet bijdragen aan het hogere doel: je verhaal vooruithelpen of je boodschap overbrengen.

Slijp die hakbijl

Je schrijfsels steeds weer aftoetsen aan dat hogere doel is meteen ook dé manier om de lievelingen te herkennen die in aanmerking komen voor liquidatie. Dit zijn alvast de meest voorkomende situaties waar je zonder aarzelen de bijl in kunt zetten:

  • Nutteloze woordspelingen
  • Vergezochte metaforen
  • Overdaad aan woorden
  • Niet ter zake doende anekdotiek
  • Personages die het verhaal vertragen
  • Overbodige beschrijvingen

De korte pijn

Weg ermee dus. De korte pijn. Want beknoptheid is een deugd en eenvoud siert – van een teveel aan woorden, franje en wolligheid is geen mens ooit gelukkiger geworden. Of het moest een politicus zijn.
De oplossing voor je precious darlings is zo simpel als wat: schrappen, inkorten of vereenvoudigen. Meer moet dat niet zijn.

Na het moorden

Rest ons nog één heikele kwestie: waar blijf je met de lijken?
Het simpelste is natuurlijk om gewoon op delete te drukken. Maar laten we eerlijk zijn: dat is moeilijk. En hard. Het zijn per slot van rekening nog steeds je (dode) lievelingen. En er bestaat helaas niet zoiets als een kerkhof voor afgevoerde zinnen.
Maak het jezelf dus makkelijker: schrijf je darlings ergens anders op. Voer je afdankertjes af naar een apart document op je pc, of een speciaal schrift. Een soort rusthuis voor afgedankte zinnen, waar ze onder lotgenoten zijn. Om bingo te spelen, te kaarten of andere nuttige hobby’s uit te voeren.

Je kunt jezelf dan desgewenst wijsmaken dat je ze later elders zult gebruiken.
Ooit.
En ook al weet je dat het onzin is, het maakt de wroeging net iets minder.

 

Heb je het moeilijk met de hakbijl? No worries. Het Schrijfverdrijf kan je daarbij helpen. Vraag vrijblijvend een offerte voor een manuscriptbeoordeling of copywriting. Daar zijn we immers voor!

 

 

Freewriting | want een schrijfblokkade is voor watjes

Freewriting in enkele alinea’s

Wat het is:

Freewriting is een schrijftechniek waarbij je gedurende een bepaalde tijd continu doorschrijft, zonder je te bekommeren om de juistheid, de stijl of de inhoud van wat je schrijft. De techniek wordt gebruikt om schrijfblokkades op te heffen, om in de sfeer te komen, je creativiteit aan te wakkeren of gewoon om zitvlees te kweken. Het is met andere woorden een prima manier om je innerlijke criticus te snel af te zijn.
Het resultaat is veelal ruw materiaal, dat niet meteen direct bruikbaar is. Het gaat dan ook in de eerste plaats om het proces van het schrijven, en niet om de tekst die het oplevert. Met andere woorden: je schrijft total crap, maar je bent wél lekker bezig 🙂

Wat het niet is:

  • Automatic writing of psychografie. Hoewel ze erg op elkaar lijken, zijn freewriting en automatic writing niet hetzelfde. Bij automatic writing is het namelijk de bedoeling dat je het autonome denken helemaal uitschakelt. Niet alleen mag je jezelf dus niet meer redigeren, je mag er eigenlijk ook niet bij denken. Je pen zou over het papier bewegen zonder dat je brein daar iets mee te maken heeft. Je schrijfcapaciteiten worden daarbij overgenomen door je onderbewuste, of door een hogere macht.
    Euh… Serieus?
    Ik weet niet hoe het bij u zit, maar zonder mijn brein doet mijn arm helemaal niets. Behalve wanneer ik per ongeluk mijn vingers in het haardvuur zou hangen. Of zoiets. Ik durf dus niet te zeggen of automatisch schrijven hoegenaamd bestaat. Het klinkt mij iets te veel als een trance, en daarvoor is schrijven voor mij te cerebraal.
    Maar er schijnen mensen te zijn die het doen. En bij wie het lukt. Niemand minder dan Fernando Pessoa beweerde bijvoorbeeld dat hij soms schreef buiten zijn wil om. Alsof zijn arm door een ander bewustzijn dan het zijne  omhoog werd getild en aan het werk ging. Fijn voor hem, alvast. Maar helaas moeten de meesten van ons nog steeds zelf de klus zien te klaren.
  • Brainstorming. Freewriting en brainstorming richten hun pijlen op hetzelfde doel: de creativiteit stimuleren. Maar terwijl het er bij freewriting vooral om gaat om te blijven schrijven en dus via vrije associatie nieuwe pistes te ontwikkelen, gaat het bij brainstorming voornamelijk om het kwantitatief oplijsten van mogelijkheden. Vaak gebeurt het in groep, en wordt er gepoogd een specifiek probleem op te lossen.
    Oftewel: brainstorming is de gezellige maar pragmatische, beetje luie koffie-met-koek-versie van freewriting.

De spelregels

  • Leg jezelf een tijdslimiet op en schrijf die vol. Liefst zo snel als je kunt. Of probeer het met een limiet van het minimum aantal woorden dat je moet halen. Voor mij werkt tijd het beste – als het om woorden gaat, durf ik al eens de boel te belazeren. Ik herhaal woorden, zinsflarden of heelder alinea’s. Ik ben een onbetrouwbaar schrijfbeest, ik. Maar met tijd is het iets moeilijker valsspelen.
  • Blijf schrijven. Haal je pen niet van het papier of je vingers niet van het klavier zolang je tijd niet om is. Weet je niet meer wat te schrijven? Schrijf dat dan neer. Desnoods meerdere keren – je raakt er wel weer uit. Je brein is in staat tot vreemde sprongetjes wanneer het daar de ruimte toe krijgt.
  • Verbeter jezelf niet. Dat kan je ook niet, als je de regeltjes hierboven hebt gevolgd, want dan heb je daar geen tijd voor gehad. Laat al die vreselijke fouten gewoon lekker staan. Voor een keer. Als je per se je rode pen wilt bovenhalen, heb je daar na afloop van het free writen nog massa’s tijd voor. Echt.

Dat zijn ze, de regels. Hoop en al drie. Veel is dat toch niet? Daar kunt ú zelfs aan voldoen!

Variaties op een thema

Morning pages

Die schrijf je ’s morgens. Voor het ontbijt, de koffie, of de ochtendseks. Dat zorgt voor een heel bijzondere sfeer, en het heeft tal van aangename bijwerkingen. Hierover later meer, in een nieuwe blog. (Abonneer u nú! Dan bent u de eerste die hem te lezen krijgt!)

Volledig vrij versus gefocust freewriting

Je kunt je freewriting zo vrij of zo gefocust maken als je wilt. Bij het eerste schrijf je desnoods over de haren van de hond die – alweer! – op je verse zwarte broek kleven of over het rare smaakje van de lasagne bij je schoonmoeder vorige week.
Bij gefocust freewriting vertrek je daarentegen vanuit een vaststaand thema of een startzin. Op die manier kun je freewheelend uit een schrijfblokkade raken of een oplossing vinden voor een vervelend vraagstuk waar je tijdens het schrijven mee geconfronteerd werd.

En de laatste tip

Nog niet overtuigd? Probeer het toch maar een keer. Of beter nog: een keer of vijf – dat zou moeten voldoende zijn om uit te proberen of je er iets aan hebt. Werkt het niet voor jou, dan is er nog steeds geen man over boord. Je bent hoogstens een uurtje van je tijd kwijt.
En geen nood, je verandert heus niet zomaar in Jack Torrance (of Nicholson) uit The Shining. Blijf gewoon van de drank af. En blijf uit de buurt van enge hotels, bloederige liften en scherpe bijlen.
Dan komt alles goed.

typewriter | Jack Nicholson freewriting in The Shining
bron: www.overthinkingit.com

Die ouwe zeur in je hoofd

Misschien ben je je er niet van bewust, maar je hebt hem wel: een innerlijke criticus. Het is die inwendige zeurkous, de  niet aflatende censor, de strenge beoordelaar met de rode balpen die nooit leeg geschreven raakt. Je inwonende redacteur met het ongelofelijke rothumeur. Je reinste nachtmerrie.
Maar maak je geen zorgen.
Je bent heus niet de enige. Elke copywriter, schrijver of aspirant schrijver heeft er eentje.
Hij is onontkoombaar, helaas.
En wat erger is: hij woont onder je hersenpan.

de meester van het vierde

De innerlijke criticus lijkt op de meester van het vierde. Weet je nog? Dat was ook zo’n ouwe zeur. Nooit waren je zinnen goed genoeg, hoe je er ook op zwoegde. Ze waren te lang, te kort, of gewoonweg slecht. Altijd stond er ergens wel een rode streep, een kruis of een uitroepteken. En was er echt geen mooier, beter of origineler synoniem te vinden voor wat je had geschreven?
God kind, wat schreef je slecht. Er zou aan jou vast geen schrijver verloren gaan. Laat staan een copywriter.
Je mocht al lang blij zijn als je er ooit in slaagde je naam foutloos te leren schrijven.
Die dus.

Klinkt dat bekend?

Tuurlijk.
Want schrijven met een inwonende redacteur is precies dat: alsof je weer dat onzekere, twijfelende kind van tien bent. En je weer op de schoolbanken zit.
Altijd leest er iemand met je mee. Hinderlijk en vervelend. Over je schouder heen.
Hij rolt met zijn ogen, snuift en rochelt, bij elke zin die je typt. Met zijn rode balpen in de aanslag.

Maar eerlijk? Je hebt het helemaal aan jezelf te wijten.

Want die criticus, die ouwe zeur, die ben jij zelf.
Wat? Jakkes!
Euh, sorry. Maar: ja hoor.
Het zijn jóuw onzekerheden (Kan ik dat wel?), jóuw perfectionisme (Volgens mij kan de lat nog net een metertje hoger. Of twee zelfs.) en jóuw neiging om jezelf continu met anderen te vergelijken (Al mijn vriendinnen op Instagram doen het beter dan ik.) die hem hebben gecreëerd en in stand houden. Voeg daar nog een kritische omgeving en ons schoolsysteem aan toe – waarbij vaker gewezen werd op je tekortkomingen dan op je sterke punten – en het mag geen wonder heten dat je innerlijke criticus af en toe gaat klinken als een overijverige schoolmeester of -juf.

en dus moet je van je innerlijke criticus af

Omdat hij vervelend is, uiteraard. Maar niet alleen dat. Hij zorgt ervoor dat je schrijfwerk niet opschiet.
Moet die komma daar wel staan? En dat punt, dat woord en die bijzin? Nu ik erover nadenk, kan je die hele alinea niet beter weglaten?
Is die zin niet te lang? En te saai?
Heeft je hoofdpersonage écht niets beters te doen?
Dat hele verhaal van jou, gaat dat eigenlijk wel ergens heen?
Hij zanikt, zemelt en zeurt. En zo gaat het natuurlijk voor geen meter vooruit.

Creativiteit

Bovendien is je interne criticus slecht voor je creativiteit.
Wat je ook probeert, je raakt niet in de stemming – hoe zou je ook kunnen, met dat constante gemekker? Je krijgt er een punthoofd van. En dus kom je vast te zitten, omdat je brein bezig is met perfectie en afwerking, in plaats van met het schrijven zelf. Je innerlijke criticus beknot je creativiteit en ontneemt je de mogelijkheid om te falen.
En wie niet durft te falen, raakt nergens. Dat weet zelfs het kleinste kind.

Vicieuze cirkel

Alsof dat allemaal nog niet vervelend genoeg is, is het bovendien een vicieuze cirkel. Je innerlijke criticus voedt zich immers met jouw gebrek aan zelfvertrouwen. Hoe meer je naar hem luistert, hoe luider hij schreeuwt. Jouw twijfel en wanhoop zijn de chips en gin-tonic waarmee hij zich behaaglijk in de zetel nestelt, als zat hij op de eerste rij voor een match België-Nederland tijdens de Europacup voetbal.
Daarom is het zaak om hem zo snel mogelijk het zwijgen op te leggen.
Tenminste, als je ooit nog een letter op papier wilt krijgen.

3 tips om je innerlijke criticus op een zijspoor te zetten

  1. Free writing
    Schrijf en blijf schrijven. Haal je pen niet van het papier, of je vingers niet van het klavier. En vooral: kijk niet naar wat je schrijft en ga niet zitten verbeteren. Zet desnoods je scherm op zwart, zodat je niet kunt zien dat je fouten schrijft. Of doe de soft-versie: staar uit het raam, zodat je niet ziet wat er onder je handen verschijnt. Zolang je criticus niet ziet wat je schrijft, kan hij er ook geen commentaar op geven en ga jij lekker door.
  2. Zorg voor afleiding
    Stemmen kun je overschreeuwen – zelfs als ze in je hoofd zitten. Dus zorg voor ruis: zet de radio (zachtjes) aan, laat de tv op de achtergrond spelen of zoek een plek waar het niet te stil is. Rustige kroegen, tearooms en treinen doen het bijzonder goed als alternatief bureau. En je innerlijke criticus laat je uiteraard gewoon thuis.
  3. Onderhandel
    Lukt het nog steeds niet? Dan moet je onderhandelen. Een half uur ongestoord schrijven in ruil voor tien minuutjes streng redigeren, bijvoorbeeld. Zo kan jij even doorwerken, en komt je criticus ook nog aan zijn trekken.

waarom je hem soms ook wél nodig hebt

Toch is het niet allemaal kommer en kwel. Je hebt je inwonende redacteur soms ook nodig. Hij behoedt je namelijk tegen mislukking en teleurstelling. Hij zorgt ervoor dat je jezelf niet te kijk zet. Dat je dus – bij wijze van spreken – niet in je ondergoed de straat op loopt.
En geef toe: dat is toch ook iets waard.

Meer weten?
Ik schreef eerder al deze Tips om te blijven schrijven tussen Kerst en Nieuw. Maar je kunt ze uiteraard ook op andere momenten toepassen.
Én. In een  volgende blogpost reik ik je een aantal concrete trucjes aan om je innerlijke criticus te snel af te zijn. Schrijf je in op de nieuwsbrief en ontvang ze in je mailbox!

 

wekker

eat the frog | over kikkers en productiviteit

In elke job zijn er dingen die je haat. Die je liever niet zou doen. Zelfs als je een fantastische job hebt, zoals de mijne – geloof me. Administratie bijvoorbeeld. En planning. En mijn bureau opruimen, achterstallige mails beantwoorden en verder alle technische dingetjes die met mijn website te maken hebben en waar ik me soms te dom voor voel. Dus durf ik ze nogal eens uit te stellen. Maar dat is uiteraard niet goed voor de productiviteit.

de kikker van Mark Twain

Mark Twain had een oplossing voor dit probleem. Ja, ja, de Mark Twain van Tom Sawyer en Huckleberry Finn.
If it’s your job to eat a frog, it’s best to do it first thing in the morning. And if it’s your job to eat two frogs, it’s best to eat the biggest one first.
En hoe smerig het ook klinkt, er zit een zekere logica in. Want stel je voor: als je ’s morgens een levende kikker zou inslikken, dan kun je er donder op zeggen dat je het ergste die dag al hebt gehad. Toch?

kikker

liever kikkers dan koffie

Maar goed.
Wat is die kikker en waarom moet je hem inslikken? En dan nog levend ook?
Geen nood, je moet dat beest heus niet écht levend opvreten. Het gaat hier immers niet om de zoveelste gezondheidshype, waarbij je jezelf dagenlang moet uithongeren, overleven op sapjes of vreemde granen, of – zoals de allerlaatste nieuwe – een koffielavement moet zetten. (Serieus, beste Gwyneth? Een klysma? Ik weet wel wat beters te doen met koffie.)
Waar het wél om gaat, is het verhogen van je productiviteit. En om het aanpakken van je uitstelgedrag.

productiviteit? pak je to-dolijst aan

Eigenlijk kun je alle taken die je in de loop van de dag uitvoert, wil uitvoeren of zou moeten uitvoeren indelen in vier categorieën:

  • dingen die je wil doen en die je ook moet doen (win-win)
  • dingen die je wil doen en die je niet moet doen (alles waarmee je je dagen zou vullen als je de lotto won, dus)
  • dingen die je niet wil doen en die je ook niet moet doen (lucky you!)
  • dingen die je niet wil doen, maar die je wel móet doen
Die laatste categorie is de kikker.

Het zijn de dingen waar je AB-SO-LUUT geen zin in hebt. Die je alleen doet, omdat je écht niet anders kunt. Omdat er als het ware een loop van een geweer tegen je hoofd aan wordt gedrukt. Omdat, als je het niet doet, rampen gebeuren, paniek uitbreekt en de wereld vergaat, quoi. Dingen waarna de rest van de dag dus alleen maar mooier kan worden.
Lelijke, walgelijke dingen. Zoals een kikker.

Behalve dan deze ongelofelijk mooie boomkikker uit Costa Rica. Die zou je met plezier inslikken uiteraard.

tree frog, Costa Rica

Misschien is úw kikker wel het schrijven van webteksten, blogs of nieuwsbrieven?
Dan hebt u geluk. Ik kan u daarbij helpen.
Geef een schreeuw en ik snel u ter hulp!

Koffie en creatieve boekhouding voor schrijvers

Cafeïne

Ik zat naar schatting aan mijn derde kop koffie deze morgen – soms durf ik de kopjes uit eerlijke schaamte niet meer te tellen. De gêne en het verlangen naar een zelfhulpgroep loeren al snel om het hoekje.
Maar!
Ik had ondertussen zomaar eventjes 5 (VIJF!) aanzetten voor gedichten geschreven. Op een uur of wat tijd. Ik had dus keihard gewerkt en was dringend aan een pauze toe. En toen kwam ik op FB deze tegen:

writer - koffie

Meer lezen