Die ouwe zeur in je hoofd

Misschien ben je je er niet van bewust, maar je hebt hem wel: een innerlijke criticus. Het is die inwendige zeurkous, de  niet aflatende censor, de strenge beoordelaar met de rode balpen die nooit leeg geschreven raakt. Je inwonende redacteur met het ongelofelijke rothumeur. Je reinste nachtmerrie.
Maar maak je geen zorgen.
Je bent heus niet de enige. Elke copywriter, schrijver of aspirant schrijver heeft er eentje.
Hij is onontkoombaar, helaas.
En wat erger is: hij woont onder je hersenpan.

de meester van het vierde

De innerlijke criticus lijkt op de meester van het vierde. Weet je nog? Dat was ook zo’n ouwe zeur. Nooit waren je zinnen goed genoeg, hoe je er ook op zwoegde. Ze waren te lang, te kort, of gewoonweg slecht. Altijd stond er ergens wel een rode streep, een kruis of een uitroepteken. En was er echt geen mooier, beter of origineler synoniem te vinden voor wat je had geschreven?
God kind, wat schreef je slecht. Er zou aan jou vast geen schrijver verloren gaan. Laat staan een copywriter.
Je mocht al lang blij zijn als je er ooit in slaagde je naam foutloos te leren schrijven.
Die dus.

Klinkt dat bekend?

Tuurlijk.
Want schrijven met een inwonende redacteur is precies dat: alsof je weer dat onzekere, twijfelende kind van tien bent. En je weer op de schoolbanken zit.
Altijd leest er iemand met je mee. Hinderlijk en vervelend. Over je schouder heen.
Hij rolt met zijn ogen, snuift en rochelt, bij elke zin die je typt. Met zijn rode balpen in de aanslag.

Maar eerlijk? Je hebt het helemaal aan jezelf te wijten.

Want die criticus, die ouwe zeur, die ben jij zelf.
Wat? Jakkes!
Euh, sorry. Maar: ja hoor.
Het zijn jóuw onzekerheden (Kan ik dat wel?), jóuw perfectionisme (Volgens mij kan de lat nog net een metertje hoger. Of twee zelfs.) en jóuw neiging om jezelf continu met anderen te vergelijken (Al mijn vriendinnen op Instagram doen het beter dan ik.) die hem hebben gecreëerd en in stand houden. Voeg daar nog een kritische omgeving en ons schoolsysteem aan toe – waarbij vaker gewezen werd op je tekortkomingen dan op je sterke punten – en het mag geen wonder heten dat je innerlijke criticus af en toe gaat klinken als een overijverige schoolmeester of -juf.

en dus moet je van je innerlijke criticus af

Omdat hij vervelend is, uiteraard. Maar niet alleen dat. Hij zorgt ervoor dat je schrijfwerk niet opschiet.
Moet die komma daar wel staan? En dat punt, dat woord en die bijzin? Nu ik erover nadenk, kan je die hele alinea niet beter weglaten?
Is die zin niet te lang? En te saai?
Heeft je hoofdpersonage écht niets beters te doen?
Dat hele verhaal van jou, gaat dat eigenlijk wel ergens heen?
Hij zanikt, zemelt en zeurt. En zo gaat het natuurlijk voor geen meter vooruit.

Creativiteit

Bovendien is je interne criticus slecht voor je creativiteit.
Wat je ook probeert, je raakt niet in de stemming – hoe zou je ook kunnen, met dat constante gemekker? Je krijgt er een punthoofd van. En dus kom je vast te zitten, omdat je brein bezig is met perfectie en afwerking, in plaats van met het schrijven zelf. Je innerlijke criticus beknot je creativiteit en ontneemt je de mogelijkheid om te falen.
En wie niet durft te falen, raakt nergens. Dat weet zelfs het kleinste kind.

Vicieuze cirkel

Alsof dat allemaal nog niet vervelend genoeg is, is het bovendien een vicieuze cirkel. Je innerlijke criticus voedt zich immers met jouw gebrek aan zelfvertrouwen. Hoe meer je naar hem luistert, hoe luider hij schreeuwt. Jouw twijfel en wanhoop zijn de chips en gin-tonic waarmee hij zich behaaglijk in de zetel nestelt, als zat hij op de eerste rij voor een match België-Nederland tijdens de Europacup voetbal.
Daarom is het zaak om hem zo snel mogelijk het zwijgen op te leggen.
Tenminste, als je ooit nog een letter op papier wilt krijgen.

3 tips om je innerlijke criticus op een zijspoor te zetten

  1. Free writing
    Schrijf en blijf schrijven. Haal je pen niet van het papier, of je vingers niet van het klavier. En vooral: kijk niet naar wat je schrijft en ga niet zitten verbeteren. Zet desnoods je scherm op zwart, zodat je niet kunt zien dat je fouten schrijft. Of doe de soft-versie: staar uit het raam, zodat je niet ziet wat er onder je handen verschijnt. Zolang je criticus niet ziet wat je schrijft, kan hij er ook geen commentaar op geven en ga jij lekker door.
  2. Zorg voor afleiding
    Stemmen kun je overschreeuwen – zelfs als ze in je hoofd zitten. Dus zorg voor ruis: zet de radio (zachtjes) aan, laat de tv op de achtergrond spelen of zoek een plek waar het niet te stil is. Rustige kroegen, tearooms en treinen doen het bijzonder goed als alternatief bureau. En je innerlijke criticus laat je uiteraard gewoon thuis.
  3. Onderhandel
    Lukt het nog steeds niet? Dan moet je onderhandelen. Een half uur ongestoord schrijven in ruil voor tien minuutjes streng redigeren, bijvoorbeeld. Zo kan jij even doorwerken, en komt je criticus ook nog aan zijn trekken.

waarom je hem soms ook wél nodig hebt

Toch is het niet allemaal kommer en kwel. Je hebt je inwonende redacteur soms ook nodig. Hij behoedt je namelijk tegen mislukking en teleurstelling. Hij zorgt ervoor dat je jezelf niet te kijk zet. Dat je dus – bij wijze van spreken – niet in je ondergoed de straat op loopt.
En geef toe: dat is toch ook iets waard.

Meer weten?
Ik schreef eerder al deze Tips om te blijven schrijven tussen Kerst en Nieuw. Maar je kunt ze uiteraard ook op andere momenten toepassen.
Én. In een  volgende blogpost reik ik je een aantal concrete trucjes aan om je innerlijke criticus te snel af te zijn. Schrijf je in op de nieuwsbrief en ontvang ze in je mailbox!

 

wekker

Spread the love

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *